Zo langzamerhand komen de verkiezingsprogramma’s uit. Het stemt ons positief dat inclusief sporten in veel programma’s staat vermeld. Vaak ergens halverwege, onder een kopje dat begint met “ook aandacht voor…”. Goed bedoeld, zonder twijfel. Maar laten we eerlijk zijn: goede bedoelingen brengen niemand in beweging. Voor inwoners met een beperking is sporten nog te vaak afhankelijk van toeval.
Is er een trainer met ervaring? Is de accommodatie toegankelijk? Past het rooster? En is er iemand die nét dat extra stapje zet? Is het aanvullende Openbaar Vervoer goed geregeld? Als het antwoord op één van die vragen ‘nee’ is, valt deelname stil. Niet omdat mensen niet willen, maar omdat het systeem niet meewerkt. En helaas: over het algemeen is op alle vragen het antwoord nee. Inclusief sporten vraagt om aangepaste faciliteiten, om structurele deskundigheid en om continuïteit. Niet één enthousiast project dat stopt zodra de subsidie op is, maar een aanbod dat blijft. Want een sporter met een beperking wil geen uitzondering zijn, maar gewoon meedoen.
Purmerend heeft alles in huis om dit beter te doen. Sterke verenigingen, betrokken professionals en een groeiend bewustzijn dat sport méér is dan prestatie alleen. Sport gaat over meedoen, ontmoeten en jezelf ontwikkelen. Dat geldt voor iedereen, ongeacht beperking, leeftijd of tempo. Een stad die op weg is een sportgemeente te worden, moet durven kijken naar wie er nu nog langs de kant staat en de oorzaak hiervan. Uit volle overtuiging. Hoe inclusiever het sportaanbod, hoe sterker de sportcultuur en de maatschappelijke winst.
De verkiezingen bieden een kans om bestuurlijk keuzes te maken. Minder mooie woorden, meer structurele actie. Want pas als iedereen mee kan doen, mag Purmerend zich met recht een sportgemeente gaan noemen. En daar winnen we uiteindelijk allemaal bij.